De verborgen weg naar het geluk

GKv Middelharnis https://gkvmiddelharnis.nl

Er was eens een weg die iedereen wilde bewandelen. Een weg waar iedereen naar op zoek was. Het was de weg naar het geluk. Weinigen hadden die weg gevonden, maar er gingen wel verhalen rond dat het de beste weg was die je kon vinden. Ook leerden mensen elkaar liederen aan waarin die weg werd omschreven. Door die liederen samen te zingen, hielden de reizigers elkaar op de been — of moet ik zeggen ontdekkingsreizigers want ze zijn nog op zoek — die reizigers hielden elkaar zo in elk geval op de been.

In één van die liederen gaat het over een boom. In dat lied gaat het er dan over dat de reiziger die de weg naar het geluk vindt, te vergelijken is met een boom. Het lied gaat zo:

Hij is te vergelijken met een boom,
geplant aan water dat aanhoudend stroomt:
een boom die op zijn tijd veel vrucht zal dragen,
zijn blad blijft groen, zelfs op de heetste dagen.
Hij groeit en bloeit, het gaat hem voor de wind,
de HEER is hem in alles goedgezind.

Iedereen wist wat daarmee bedoeld werd. Als je deze weg vond, dan zou je leven heel goed zijn en je zou ook heel veel goede dingen doen. Je zou je nooit meer afvragen waarvoor je leefde. Je wist gewoon, mijn leven is goed en anderen zouden dat ook aan je zien. Deze weg zou je blijvende energie geven, zoals een boom die gepland staat aan een mooie rivier. Heel anders dan die andere weg, de weg die je juist alleen maar energie kost. De weg naar het geluk dus! Iedereen zocht ernaar.

Maar er was een probleem. Iedereen zocht ernaar, iedereen wist wel ongeveer wat je zou vinden op die weg, iedereen wist wel waarnaar hij verlangde, maar niemand vond de weg. Vele reizigers gingen op weg op zoek naar het geluk, maar elke keer als ze dachten de afslag naar het geluk gevonden te hebben, telkens als ze meenden de weg te zijn ingeslagen, kwamen ze erachter dat ze toch weer een verkeerde weg waren ingeslagen. De weg naar het geluk bleek een verborgen weg te zijn.

De verborgen weg naar het geluk.

Zo was er een jongen met de naam Bart. Er zijn natuurlijk meer jongens met de naam Bart, maar deze Bart kent verder niemand. Bart ging ook op reis naar de verborgen weg. En hij dacht, ik weet wel wat de afslag is naar de verborgen weg naar het geluk! Als mijn ouders een mooie doos LEGO kopen, dan vind ik de weg naar het geluk! En Bart ging op reis, op weg naar het geluk.

Hij begon op zijn route naar zijn vader en moeder te lopen. Vader en moeder zei hij: ik wil heel graag een LEGO-doos, en wel deze. Zijn ouders zeiden, “zet die maar op je verlanglijstje voor je verjaardag”.

Bart, dacht, dat doe ik! Hij zette het op zijn verlanglijstje en liep verder. Op zijn route naar het geluk begon hij op internet te kijken naar plaatjes. Hij fantaseerde ‘s avonds in bed hoe deze LEGO-doos hem gelukkig ging maken. Hij zou het bouwen en dan naast de andere LEGO-bouwwerken zetten. Dan zou hij een hele stad hebben! O, wat kreeg Bart een energie! Hij kon zich al helemaal verheugen op zijn prachtige bouwwerk.

De reis ging voorspoedig, hoe langer hoe meer dacht Bart dat hij op de goede weg was. Hij kwam langs beekjes met uitpakfilmpjes op YouTube, en hij vond herbergen vol speelgoedfolders waarin hij kon genieten van zijn toekomstige LEGO-doos! En na lang lopen, en na veel gezweet en geduld was de dag van zijn verjaardag aangebroken! Yes, dacht hij! Dit moet wel de weg naar het geluk zijn. Bart kon zijn geluk niet op. Hij was zo blij, en ja hoor, hij kreeg zijn felbegeerde LEGO-DOOS! Wat een vreugde. Bart had de weg naar het geluk gevonden! Tenminste, dat dacht hij.

Een paar weken later.

Op de kamer van Bart staat een LEGO-stad. En in die LEGO-stad stond een prachtig bouwwerk naast alle andere bouwwerken. Het is de felbegeerde LEGO-doos van Bart. Maar Bart was er niet. Een paar dagen later komt moeder binnen. Ze stoft het LEGO af, breekt de mooie stad af en doet het in een doos. Waar is Bart, vroeg ik? Bart was op reis. Hij was weer op zoek gegaan, op zoek naar het geluk.

En daar hebben we Patrick. Patrick is een jongen die verder niemand kent. Hij ging ook op reis naar het geluk. Zijn reis was een tikkeltje anders dan Barts reis.

Patrick dacht namelijk: als ik lekker op mijn bed ga zitten en YouTube-filmpjes ga kijken, dan vind ik de weg naar het geluk. Dus daar ging Patrick.

Dag in, dag uit ging Hij op weg naar het geluk. En elke keer als hij even iets anders moest doen, bijvoorbeeld school of werk, eten of helpen in huis, dan dacht hij: straks neem ik de weg naar het geluk weer hoor! Straks zit ik weer op mijn kamer. O, ik ben zo benieuwd of er al een nieuwe vlog is van mijn favoriete vlogger! Meestal verschijnt er om 15:00 uur een nieuwe vlog! Nog even en dan ben ik er weer!

En zo ging hij dag in dag uit, uren en uren op de weg naar het geluk!

Althans, dat dacht hij. Want er was wat geks met zijn weg naar het geluk. Steeds als hij daar boven zat, was er een knagend gevoel. Iets in hem zei tegen Patrick: dit is niet helemaal pluis. Er is iets met deze weg naar het geluk. En dat niet-pluis-gevoel werd altijd nog veel sterker als hij moest stoppen met YouTuben. Dan voelde hij zich helemaal niet gelukkig. Het was alsof de weg naar het geluk, plots verdwenen was en hij zich op een hele andere weg, een verlaten weg, bevond.

Nog een reiziger die we tegenkomen is Janine. Zij was ook op zoek naar het geluk. Janine was een onzeker meisje. Ze wist niet welke richting ze moest inslaan om geluk te vinden. Daarom keek ze het maar een beetje af bij anderen. Ze dacht, als ik bij de populaire meiden hoor, dan vind ik die weg naar het  geluk. Dus sloot ze zich aan bij de populaire meiden. Waar zij gingen, daar was Janine. De weg ging langs allerlei bochten en afslagen. Ze leerde onderweg roken en daarna blowen en ze deed alles met de jongens. De populaire meiden deden dit toch ook, dus dan moest zij toch niet achterblijven.

Maar er was een probleem met deze weg. Hoe langer ze meeliep met de meiden, hoe donkerder de weg werd. Bovendien was er iets vreemds aan de hand. De weg achter haar brokkelde af. Ze kon niet meer teruglopen. En waar er eerst nog wel eens een kruispunt kwam op de route of een afslag, daar waren er nu alleen maar hekken aan beide kanten van de weg. Ze kon alleen nog maar door, door en door. Ze moest zelfs steeds sneller lopen om het geluk bij te houden. Ze moesten steeds meer blowen om op de weg van het geluk niet onderuit te gaan. Maar om meer te kunnen blowen hadden ze meer geld nodig. Dus onderweg beroofden ze winkels en hun familie om aan drugs te komen. Het voelde voor Janine echt als een dollemansrit. Ze jaagden over de weg en ze had eigenlijk helemaal niet meer de tijd om zich af te vragen of dit nu de verborgen weg naar het geluk was!

Ze wist wel dat ze zich regelmatig na zo’n jachtige rit heel erg leeg voelde. Stoned zijn, veel drinken en aandacht krijgen van jongens voelt op dat moment fijn, maar daarna viel ze in het niets. Het vulde even de leegte, maar daarna voelde ze zich heel ellendig. Zodra ze dacht het geluk gevonden te hebben op de jachtige weg van drank, drugs  en seks, viel ze in het gat van de afbrokkelende weg achter zich.

Toen kwam er op een dag een man aan gelopen die ook de weg naar het geluk liep. Hij was een beetje anders dan Bart, Patrick en Janine. Hij was net zo mens als zij, maar de weg die hij insloeg was helemaal anders. Waar Bart, Patrick en Janine hun dromen volgden, hun verlangens probeerden te vervullen daar leek deze man helemaal niet bezig te zijn met zijn verlangens of de meningen van anderen. Integendeel, hij was aldoor bezig met anderen en vooral was Hij bezig met een Ander die Hij zijn Vader noemde. Hij vertelde onderweg ook veel over deze Vader. Hij vertelde bijvoorbeeld dat deze Vader de Schepper van het leven is en dat Hij ook weet waar je de weg naar het geluk zult vinden. Het geluk is bij mijn Vader. Hij is het leven. Als je maar met Hem op pad gaat, dan kom je op je bestemming. Deze man die ons dat leerde, heette Jezus.

Het enige wat je moest doen om die bestemming te bereiken was dat je in het diepe durfde te springen. Ja, het diepe! Op die weg van het geluk was namelijk een hoge klif waar je van af moest springen. Als je zou springen, zo zei Jezus, vangt de Vader je op.

De meeste mensen durfden dat niet. Veel te eng, zeiden de mensen. Ik val nog te pletter. Ik kan niet zien hoe diep het is. En ik zit nergens aan vast. Dus sloegen de mensen maar een andere weg in. Jezus noemt het de brede weg. Het is de weg waar je alle controle zelf kunt houden. Daar hoef je niet te springen van een klif. Nee, je volgt gewoon je eigen gevoel, of de mening van andere mensen, dan kan je zelf uitstippelen hoe je het geluk kunt vinden. En als je het geluk niet vind, dan zoek je weer naar een nieuwe bestemming. Zoals Bart, na zijn LEGO-doos wilde hij nu graag een drone. Of Patrick, die keer op keer dacht dat filmpjes kijken hem gelukkig zou maken. Of Janine die dacht als ik maar achter die meiden aanloop, kom ik op mijn bestemming. Maar zoals we zagen, juist deze brede weg bracht mensen niet op hun bestemming.

Dat wist deze Jezus die de weg liep. Hij wist dat de meeste mensen de brede weg kiezen. Maar omdat hij zo graag wilde dat iedereen de verborgen weg zou vinden van het geluk, was hij zelf komen meelopen met de mensen die hij zag verdwalen. Hij nodigde hen uit om zijn hand vast te pakken zodat ze niet weer zouden verdwalen. Hij zou ze wel naar de Vader brengen. Jezus ging met ons mee op weg naar de weg van het geluk en dat ging allemaal heel goed, totdat, we kwamen bij die hoge klif en Jezus zei: spring maar, je zult de verborgen weg vinden, maar niemand durfde. Niemand sprong. Totdat Jezus zei: weet je wat? Ik spring wel eerst. Pak mijn hand en spring.

En Hij ging.

Gingen Bart, Patrick en Janine mee?

Van Bart en Patrick weet ik het nog niet, maar van Janine heb ik een brief ontvangen!

Beste Chris, zo schreef ze, ik moet je schrijven over mijn reis met Jezus. Ik ben vandaag van de klif gesprongen. En toen ik sprong viel ik eerst in een diep zwart gat. Het voelde alsof ik dood ging. Mijn hele leven flitste voorbij met alle foute keuzes die ik had gemaakt en het ongelukkige gevoel dat ik eraan overhield drukte zwaar op mij. Toen hoorde ik de stem van Jezus die tegen mij zei: “Al zijn je zonden rood als scharlaken, ze worden wit als sneeuw, al zijn ze rood als purper, ze worden wit als wol.” En toen ik dat hoorde landde ik zonder verwondingen op de bodem van het gat en verscheen er aan mij een hele andere wereld. Deze wereld was heel licht. Zo wit als wol was deze wereld. En in die ruimte stond een boom waar een rivier langs liep. Ineens verdween die rivier en zag ik op de plek waar die rivier was Jezus die mijn hand vastpakte en me bij Vader bracht. Ik vond hem! En over mij viel zo’n warme deken van vergeving en liefde. Het overviel me. Ineens zag ik heel helder hoe ik deze Vader altijd links heb laten liggen. En ineens voelde ik dat Hij mij al die tijd niet links had laten liggen. Beste Chris, ik schrijf je dit zodat je het anderen laat lezen! Wil je dat doen? Ze kunnen gerust de sprong met Jezus wagen. Ik ben nu een vrij mens. Ik ben waardevol, geliefd. Ik ben gelukkig bij Hem. Ik heb vergeving gekregen voor de dingen die ik heb gedaan en een nieuwe start mogen maken. Mijn oude leven heb ik helemaal los kunnen laten, ik heb me nooit meer vergrepen aan iets. Groeten, Janine 31 jaar, getrouwd en moeder van 2 kinderen.

Amen