Instrument of wapen: wie beteugelt jouw spreken?

GKv Middelharnis https://gkvmiddelharnis.nl

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus, broers en zussen,

Ons spreken is een krachtig instrument

Jakobus leert zijn gemeente hoe invloedrijk ons spreken is. Onze tong, ofwel spreken, is maar een kleine spier, maar wat kan het veroorzaken. Jakobus werkt dat negatief uit vanwege de vele zonden die met onze woorden worden veroorzaakt. Maar voor nu wil ik dat nog even laten liggen. Het instrument zelf is namelijk niet slecht. Dat wij kunnen praten is wat we hebben ontvangen van onze Schepper en daarmee lijken we ook nog eens heel veel op hem. Hij sprak, en het was er. Hij heeft de wereld in het leven geroepen. In een eerdere preek over Genesis legde ik daarmee uit hoe persoonlijk God verbonden is met de wereld. En nu schenkt hij ons dit prachtige instrument van de spraak om met Hem en elkaar verbonden te zijn. Het is een krachtig instrument. Wat kunnen we mooie dingen met ons spreken, met taal, met het woord.

Jakobus is een ster in het gebruiken van alledaagse voorbeelden. Hij vergelijkt de tong met het bit van een paard. Dit bit zit in de mond van een paard en middels teugels kan de berijder het paard sturen. Een klein ding, bestuurt een groot paard. En voor de zeilers en zeevaarders onder ons, wat te denken van een roer. In vergelijking met het schip dat het bestuurt is het maar een klein ding, maar het stuurt het hele schip. Een machtig instrument.

Zo bezit ons spreken ook kracht! We zeggen wel eens: het zijn maar woorden. Woorden doen geen zeer. Maar dat is niet waar. Ons spreken is een machtig instrument. Ons spreken heeft effect. Zoals een goed keukenmes een wortel in mootjes kan hakken, zo doet ons spreken iets. Er is een voor en een na ons spreken. Ook wanneer we zwijgen doen we soms veel. In de stilte spreekt onze tong vaak ook. Spreken is zilver, zwijgen is goud? Dat is nog maar de vraag. Iemand die aan een ander geen woord vuil wil maken, zwijgt de ander ongelukkig. Iemand negeren, ontlopen, of wegkijken spreekt even zo krachtig als iemand die scheldt. En dat brengt me bij het belangrijkste punt dat Jakobus wil maken, ons spreken (of zwijgen) is een krachtig instrument

maar in verkeerde handen een vernietigend wapen

Voor alle instrumenten geldt dat het prachtige middelen zijn als je het gebruikt waarvoor het bedoeld is. Maar als het in onervaren handen valt is het meteen een machtig wapen. Om in de metaforen van Jakobus te blijven. Een roer is dan een machtig instrument, maar als het in ongetrainde handen valt heb je een probleem. Dan kan je de boot laten vastlopen, botsen op de kade, of erger tegen een andere boot opklappen of iemand overvaren. Een slechte stuurman kan het mooiste stuk gereedschap verpesten. En wat dacht je van een paard. Als je niet weet hoe je een paard moet beteugelen, dan heb je in het beste geval een paard dat blijft stilstaan, maar in het slechtste geval een paard dat je ervan af gooit. Onze tong is een nog veel vernietigender wapen in verkeerde handen. Dat schept voor ieder die van praten zijn beroep maakt grote verantwoordelijkheden. Voor leraren, politici, rechters en advocaten en wat Jakobus hier bedoelt: de leraren der kerk. Want onze tong zou je kunnen vergelijken met het scalpel van een chirurg, in handen van een chirurg redt het levens, in handen van amateurs doodt het mensen. Alles hangt dus af wie mijn spreken bestuurt.

Het doet me denken aan een moment op de camping  afgelopen zomervakantie. We hadden goede contacten op het hele veld en ’s avonds zaten we aan een kampvuur. Terwijl ik de afwas deed, gebeurde er wat bij het vuur. Een stel op de camping had nogal het gebruik om bij alles en nog wat te vloeken en te schelden. Zo ook bij het vuur. Waarop een andere gast half grappend, half serieus zei, ‘laat het de dominee niet horen’. Maakt me niks uit zei de man daarop, als ik niet vloek, dan leef ik niet. Mijn niet gelovige vriend was zo verbaasd toen hij dat hoorde, dat hij het me vertelde. Zelf wist hij ook wel de Godsnaam te gebruiken, maar in onze nabijheid deed hij dat niet al was het uit respect voor mij.  De uitspraak ‘ als ik vloek dan leef ik niet’ was zelfs in zijn oren extreem.

Als ik niet vloek, dan leef ik niet. Wat bedoelt iemand daar nu mee? Tijdens onze vakantie spraken we dit stel best wel eens, of konden we meegenieten van hun besognes. Wat me vaak opviel was dit: als het leven niet ging zoals zij het wilden, dan kwam er meestal gevloek en gescheld. Of het nu de late bezorging van de friet was, of de werkgever die zijn zaken niet op orde had. En toen dacht ik aan mijn eigen schelden en gemopper: dat had vaak dezelfde reden. Gaat het niet zoals ik het wil, dan word ik boos. Ik herkende me in hen, hoewel ze extremer waren. Gescheld, gevloek en gemopper leggen bloot hoe wij onszelf kronen tot keizer-admiraal-bevelvoerder over ons leven: mijn wil, mijn koninkrijk, mijn naam!  Mijn tong is in dat geval een wapen in verkeerde handen

dat Gods wereld in vuur en vlam zet

Weer een metafoor van Jakobus. Ons spreken is vaak een klein vlammetje, maar het zet een bos in brand. Je kan vandaag de dag denken aan een achteloos weggegooide peuk. Veel bosbranden en duinbranden ontstaan door zo’n gloeiend stukje sigaret. Zo is ons spreken een gevaarlijk vlammetje dat Gods wereld in vuur en vlam zet. Ja Gods wereld. In zijn wereld is Hij Koning en zijn wij zijn dienaren. In zijn wereld zijn al zijn dienaren liefdevol voor elkaar. Maar als ik koning-keizer-admiraal ben over mijn leven dan betekent dat God en mijn naasten naar mijn pijpen moeten dansen. En als iedereen dat doet dan breekt hier inderdaad de hel uit om met Jakobus te spreken. We zien dat soms in het groot, de macht van het woord kan wereldoorlogen veroorzaken, bevolkingsgroepen uitroeien omdat ze als ongewenst worden gezien. Het begon bij een idee, maar het werd werkelijkheid.En hoe vaak is dat niet in het kleine alledaagse leven van ons, gemeente?

Hoe vaak zijn we hier in de kerk toch ook niet koning over ons leven? Jakobus spreekt hier toch maar weer broeders en zusters aan!

Jakobus 3:9 NBV

Met onze tong zegenen we onze Heer en Vader, en we vervloeken er mensen mee die God heeft geschapen als zijn evenbeeld.

Mensen die zeggen God te loven en te prijzen. En toch krijgen die het voor elkaar om hun naasten te vervloeken. Wat Jakobus hier doet is een van de mooiste dingen die ik leer. Alle geboden over God zijn nauw verbonden met zijn geboden over de mens. Als je Gods grenzen niet respecteert, zul je de grenzen van je naaste ook niet eerbiedigen. Het derde gebod dat we Gods naam niet mogen misbruiken, is nauw verbonden met het negende gebod dat we andermans naam niet mogen lasteren. Calvijn laat dat op basis van dit vers zien (nu even in mijn woorden):

Zo prijzen wij God, en zo hebben wij Hem vervloekt in zijn beeld, wanneer we van de mensen kwaadspreken.

Het omgekeerde van vers 9 geldt ook: als je God al niet serieus neemt, je medemens dan wel? Als Gods naam niet heilig voor jou is, de naam van je medemens wel?

Het doet me denken aan een indrukwekkend artikel van Rien van de Berg. Hij leidt jongeren rond in het klooster Nieuw Sion te Diepenveen. In het midden van dat kloostercomplex is een tuin. Bij veel kloosters is dat voor iedereen behalve de tuinman verboden gebied. De tuin is prachtig verzorgd en onderhouden en staat voor de kloosterlingen symbool voor Gods heiligheid en schoonheid.Een groep jongeren is bij die tuin en hoort het verhaal, waarop een jongen gekscherend een schijnbeweging maakt, alsof hij zeggen wil: wat als ik het wel doe? Een meisje in de groep wordt er emotioneel van. Waarom huil je vraagt Rien haar, en ze antwoordt: ‘Toen hij die beweging maakte, besefte ik het ineens: als hij die grens over gaat, ben ik hier niet meer veilig. Ik bedoel’, verhelderde ze, ‘als hij die grens naar God al overgaat, dan zal hij die grens naar mij nog veel makkelijker overgaan.’ 1Nederlands Dagblad, Gulliver 22 juni 2018 Godsdienst is bij onze God altijd mensendienst. Het gaat hand in hand. Als wij Gods grenzen al niet kunnnen eerbiedigen, dan die van onze naaste wel? Jakobus zegt het nog sterker: wie niet van de naam van de ander kan afblijven beledigt God want mensen zijn gemaakt naar Zijn beeld. Krachtig spreken weer de metaforen.

Jakobus 3:11–12 NBV

Laat een bron soms uit eenzelfde ader zoet en bitter water opwellen? Of kan een vijgenboom olijven voortbrengen, of een wijnstok vijgen? Net zomin geeft een zilte bron zoet water.

Jezus zei al: aan de vruchten kent men de boom, en zo aan de woorden de mens en zijn koning. Wat komt er uit mijn hart? Wie bestuurt mijn spreken? Koning IKKE wiens rijk moet regeren tot in eeuwigheid en die iedereen bestrijdt die in mijn buurt komt? Al je gemopper als het niet naar jouw zin gaat, al je geroddel over mensen door wie je je bedreigd voelt, alles wat je doet om jezelf in een beter daglicht te plaatsen. Ja zoals we soms het contrast in een foto kunnen bewerken, zo willen we graag het goede van ons laten contrasteren met het slechte van anderen. Zoals we de achtergrond van een foto kunnen vervagen met een muisklik, zo vervagen we onze verantwoordelijkheid met excuses en zelfrechtvaardiging. Hoe herkenbaar is het niet.  We verdraaien de waarheid. Het is licht ontvlambaar: roddel lijkt niet erg, maar het brengt meestal verwijdering tussen mensen en groepen. Daardoor is de schade vaak enorm. Licht ontvlambaar: Hoe goed weten we niet de mensen die ons het dierbaarst zijn in het diepst van hun ziel te raken? En ontembaar: hoe  snel heb je een vloek of scheldwoord er niet uit gekraamd, of gedacht? Zelfs een dier train je nog makkelijker af dan ons eigen spreken.

En weet je, dat is de vernietigende kracht van ons spreken. We zetten Gods wereld in vuur en vlam omdat wij koning willen zijn over ons leven en daarom koning zijn over onze woorden.

laat daarom Jezus jouw spreken beteugelen.

Het is geen populaire gedachte dat iemand stuurt wat je zegt. Het is niet voor niets omdenken met Jakobus. Zeker in onze tijd is vrijheid van meningsuiting heilig.  Maar in onze tijd is dit voorrecht verworden tot een gore uitlaatklep van al onze gedachten. Vrijheid van meningsuiting betekent nu zoiets als: alles wat jij vindt is goed. Maar dat was niet de oorsprong van dit voorrecht. De oorsprong van dit voorrecht is de christelijke gedachte dat je niemand een gedachte kan opdringen. Ik kan iemand niet dwingen te geloven en daarom moet iemand de ruimte hebben om niet te geloven en dat te mogen uitdragen. Vrijheid van meningsuiting gaat over vrijheid van geweten. Maar dat wil niet zeggen dat je alles er maar gewetensloos uit mag kramen.  Vrijheid van meningsuiting is niet alles zeggen wat er in je opkomt. Juist christenen moeten heel goed nadenken wie er koning is van hun spreken.

We hebben een ruiter nodig die ons spreken bestuurt, een stuurman die ons levensbootje richting geeft; een bron waaruit levend water opwelt, water dat de brand van onze zonden blust, ik heb grenzen nodig om de grenzen van God en mijn naasten te eerbiedigen. Geliefden, ik heb Jezus nodig.

We lezen over Hem:

Johannes 1:14 NBV

Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.

Johannes 1:16–17 NBV

Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen.

Jezus is het Woord van God. Door zijn sprekend Woord ben ik liefdevol ter wereld gekomen. Hij riep mij al eens bij name. God sprak en het was er. God is de eerste sprekende. Toen hij de schepping maakte kon hij zeggen dat het goed was. Zeer goed. Maar nu hebben we ontdekt hoe in dat al Gods grenzen met voeten zijn getreden en daarmee ook de grenzen van onze naasten. Waar de mens zichzelf kroont, wordt Gods schepping verpest. Maar God spreekt nog. Hij heeft in den beginne het licht doen overwinnen, hij spreekt nog altijd voort.

Hij kon het niet laten om nog een keer te spreken. Toen Jezus kwam, en Hij sprak vol van waarheid en goedheid. Zijn woorden verdraaiden de werkelijkheid niet. Hij zegt waar het op staat in ons leven: je bent verloren als jij koning blijft over je leven. Hij spreekt de harde waarheid. Dat doet Hij niet om je de grond in te boren. Nee, hij komt met waarheid, én goedheid. Hij wil de zonden in jou aanraken omdat hij het beste met je voor heeft. Maar dan moet je hem wel willen horen. Tijdens zijn leven lieten mensen al merken er niet van gediend te zijn dat Jezus de waarheid sprak. Op den duur lopen al zijn volgers van hem vandaan en blijft hij achter met zijn twaalf leerlingen. En dan vraagt Jezus aan hen: Willen jullie soms ook weggaan?

Waarop Petrus antwoord:

Johannes 6:68 NBV

Simon Petrus gaf antwoord: ‘Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven,

Jezus spreekt woorden van eeuwig leven. Dat wil zeggen: hij wil dat je leeft en niet voor even maar voor altijd. Niet alleen in het hiernamaals maar vooral nu ook al. En als een kundig chirurg legt hij de kanker bloot dat in ons leven woekert. Hij snijdt het weg op de meest rigoreuze wijze om ons te genezen. Door zijn striemen bent u genezen. Jezus is het Lam Gods dat de zonde der wereld op zich neemt. Jezus incasseert al onze woorden en daden om ons een woord van leven te geven.

In Hem ontvang ik het bevrijdende woord van vergeving voor al mijn impulsieve woorden, voor al mijn ongeestelijke gedachten, voor alle dwaasheid.

In Hem leer ik een taal die de wereld niet kent: God die de wereld koestert en de mensen liefheeft die haar bewonen. God die geen vreugde schept in de eenzaamheid van al die egootjes en koninkjes die op eenzame hoogten menen het ware leven te vinden, maar de dood oogsten. God die me leert dat ik tot bloei kom onder zijn koningschap te midden van mijn even unieke medemensen. Het gaat niet om mijn naam, het gaat niet om mijn koninkrijk, en het gaat niet om mijn wil in dit leven. Het is Gods naam die altijd zal bestaan en de naam van andere mensen is Hem heilig, het is Gods koninkrijk dat herstellen zal deze gebroken wereld.

Geliefden, jouw tong is een wapen of een instrument. Het ligt er maar net aan in wiens handen het is. Laten we ervan zingen of God de wachter van ons spreken wil zijn. (Psalm 141 met nadruk op vers 3 berijmd Gereformeerd Kerkboek 2017)

Doe mij, Heer, te rechter tijd zwijgen,
laat mij niet spreken zonder grond,
bewaak de deuren van mijn mond,
laat niet mijn hart tot kwaad zich neigen.

Amen