Mens, wat heb je gedaan

GKv Middelharnis https://gkvmiddelharnis.nl
Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus, in wie wij, door wie wij, voor wie wij bestaan, ik wil beginnen met een drietal motto’s:
De mens is het enige diersoort dat bloost, of dat zou moeten doen. (Mark Twain)
“Aan het begin van de twintigste eeuw vroeg de Times aan een aantal vooraanstaande schrijvers om een stuk te schrijven over het thema: ‘Wat is er mis met de wereld?’ G.K. Chesterton stuurde zijn bijdrage:
Mijne heren, Ik. Met de meeste hoogachting, G.K. Chesterton

Tot slot een opmerking van John Stott

Niemand is vrij, wanneer hij niet vergeven is. (John Stott)
Vorige weken preekte ik over hoe God de wereld goed gemaakt had, en hoe wij gemaakt waren om die aarde als zijn onderkoning te bewonen en in vertrouwen op Hem en in liefde voor elkaar te leven. Een meest korte samenvatting daarvan vinden we in Gods eigen woorden in Jesaja 45:18:
‘Dit zegt de heer, die de hemel geschapen heeft – hij is God! –, die de aarde gemaakt en gevormd heeft en die haar heeft gegrondvest – niet als chaos schiep hij de aarde, maar om te bewonen heeft hij haar gevormd: Ik ben de heer, er is geen ander.’
De wereld kent vandaag wel chaos. En over die chaos gaat het vandaag. De oorzaak van de chaos vinden we in Genesis 3. Hoe kan het dat een goede wereld, een aarde met mooie mensen, vandaag een wereld is waarin ons samenleven lelijk is, gierig en goedkoop? Hoe kan het dat enerzijds menselijke nobelheid, moed, opofferingsgezindheid, barmhartigheid, ijver, creativiteit hand in hand gaat met vreselijke slechtheid, gierigheid, met vrijblijvendheid, moordzucht, vernielzucht? Hoezo hebben we ziekenhuizen, maar ook concentratiekampen? Waarom armenzorg, maar ook uitbuiting en slavernij? Scholen, maar ook kindermishandeling? Waarom seksuele pracht en schoonheid, maar ook misbruik, overspel en pornografie? Hoe staan Genesis 1-2 en Genesis 3 naast elkaar in deze wereld?
Daar gaat deze geschiedenis over, het gaat over u, jou en mij. Wat is er mis met deze wereld: ik! Ik geloof dat het christelijk antwoord een mooi antwoord is. Aan de ene kant zegt de Bijbel: mens wat ben je mooi. Aan de andere kant zegt God: mens, wat heb je gedaan. Boven Genesis 3 vond ik de volgende titel:

God verbant rebelse mensen uit het paradijs, met het oog om het paradijs op aarde te herstellen.

Wat is onze rebellie?

Wat er in Genesis 3 gebeurt is een rampzalige wending. Waar de mens voor relatie en verbinding was gemaakt, ontstaat er isolatie en verwijdering. Ik ga dat hieronder aan de hand van de tekst uitwerken. Hoe die isolatie ontstaat.
De eerste verwijdering ontstaat tussen God en de mens. De mens is mooi gemaakt, zo lazen we in Genesis 2, maar nu maakt de slang zijn opwachting. De slang wordt door Israëlieten symbool gezien voor de satan. Sluw, giftig, dodelijk.
In het laatste boek van de Bijbel wordt er naar deze slang verwezen. In Openbaring 12 is de draak, de duivel, de slang van weleer. Allemaal woorden die passen bij de gevallen engel van het licht. Hij is niet het tegenovergestelde van God, want hij is ook gemaakt, hij is wel anti God, tegen God.
Alles wat God gemaakt heeft maakt hij met alle liefde stuk, zo lezen we de opening in Genesis 3:1:
Van alle in het wild levende dieren die God, de heer, gemaakt had, was de slang het sluwst. Dit dier vroeg aan de vrouw: ‘Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?’
Wat hier gebeurt is een gesprek over God. We hebben vaak wel oneerbiedig de mond vol over God, maar zijn zuinig met onze eerbied en aanbidding voor God. De eerste die zijn mond vol over God had, was de satan. Hij verdraait Gods woorden totaal. Hij schetst ons een beeld van een gierige en boze God. Satan richt niet zijn aandacht op die 99% wat de mens heeft ontvangen, maar op die 1% wat de mens niet toegezegd is, die ene boom in het midden, die God verbood.
Op het eerste gezicht lijkt de mens er niet in te trappen. De vrouw spreekt namens man en vrouw als ze zegt dat ze juist van alle bomen mag eten, behalve de boom in het midden van de tuin. Die boom is verboden. Dan zullen we onherroepelijk sterven.
‘Nee joh! Hoe kom je bij die onzin’ is wat satan lijkt te zeggen. Je zult helemaal niet sterven. Integendeel je wordt als God. Je staat hier voor de keuze om je te bevrijden van je slaafse positie. God is slechts bang voor zijn eigen positie, daarom verbiedt hij het, niet dat hij zich bekommerd over jullie welzijn. Je moet gaan voor vrijheid.
Het effect van satans verleidelijke praat is vernietigend, we lezen vers 6:
De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan.
Zonder God ook maar op een moment te betrekken in deze belangrijke levenskeuze, kiest de mens voor de dood. Op het beslissende moment had hun eigen Schepper niets te zeggen. De verleiding was te groot. Er werden hoge bergen met goud beloofd en dat sprak de mens aan. Een nieuwe vrijheid lonkte. Bevrijd van God. De mens is verwijderd van God, maar daar blijft het niet bij, vers 7:
Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van.
Niet alleen heeft de mens zich verwijderd van God door meer op het reclamepraatje van satan te vertrouwen, dan op het Woord van God, metterdaad is de relatie van man en vrouw verpest.
Van coöperatie naar concurrentie. Van relatie naar isolatie. De ogen worden geopend voor een nieuwe werkelijkheid. De werkelijkheid waarin het hart niet langer uitgaat in vertrouwen op God en leven met de ander, maar een hart dat zichzelf belangrijker vindt dan anderen. De ogen werden geopend, ja en het hart was veranderd. De menselijke standaard van nobelheid die God ons gegeven had was: God liefhebben boven alles. Vertrouw je toe aan zijn almacht en wijsheid. En het tweede: heb je naaste lief als jezelf. Ieder mens was zo gemaakt dat hij met vreugde diende en daarin juist tot bloei komt.
De standaard van satan was: je kunt als God worden. Het gaat om jou in dit leven. Kies voor jezelf. De wereld omgekeerd: Bovenaan sta ik, dan volgt de naaste in zoverre die mij uitkomt, daarna de wereld, in zoverre het wat schuift en in een ver hokje van mijn leven mag God ook nog wat betekenen. De mens is veranderd. God niet. Daar kom ik straks op terug. Voor nu wil ik mij richten op het gesprek tussen God en de mens. God zoekt de mens op en bevraagt hem of hij van de boom had gegeten die Hij verboden had.
Het nieuwe hart van de mens komt maar al te duidelijk naar voren in het antwoord in de verzen 12-13
De mens antwoordde: ‘De vrouw die u hebt gemaakt om mij terzijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten.’
‘Waarom heb je dat gedaan?’ vroeg God, de heer, aan de vrouw. En zij antwoordde: ‘De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten.’
Kunstig verteld wordt het verhaal van de eerste zonde. Alle elementen van zonde zit erin. Je leest in de zin gewoon hoe de mens verwijderd is geraakt van God en zijn vrouw. ‘De vrouw die U mij gegeven heeft.’ Niet alleen de vrouw krijgt een veeg uit de pan, maar ook God, want die heeft de vrouw gemaakt. Adam rechtvaardigt zichzelf, en verwijt een ander zijn verkeerde gedrag. De vrouw geeft de verleiding toe, maar verwijt het de slang.
Wat er overblijft zijn twee menselijke eilandjes. Totaal losgeslagen van het vaste land van God. Totaal losgeslagen van elkaar. Eilanden, in zichzelf gerichte mensen. Voorgoed zijn gemeenschappen van mensen bedorven met egoïsme, autonomie en zelfvoorziening. Alles draait om mij (dat is egoïsme). Ik wil zelf weten hoe ik leef (autonomie). Ik wil een ander niet nodig hebben. Ik leef voor mezelf, laat de ander dat voor zich doen (zelfvoorzienend)
De ogen van de mens gingen open voor de werkelijkheid van de dood: van relatie naar isolatie.

Hoe reageert God

Ik zei al dat ik nog terug ging komen op Gods zoeken naar de mens. Na de zonde verstopt de mens zich voor God. Maar God verbergt zich niet voor de mens, maar is zoals Hij is: een God van relatie. Hij zoekt de mens op. Dit is een van de eerste dingen waar je ontzettend blij mee mag zijn.
Ondanks dat God de rebelse mens verbant uit het paradijs, blijft God toch in genade verbonden. Wat een wonder dat God de mens niet meteen doodt. God zoekt de mens op. Hij neemt de mens ook na de zondeval volstrekt serieus. God is niet veranderd. Hij is nog steeds Ik ben die ik ben, ik zal er zijn. Hij is er. Hij zoekt je. Hij vindt je. Hij bevraagt je. Adam waar ben je?
Hoewel God alles weet gaat Hij in gesprek. Hij schenkt de mens de kans om spijt te betuigen. Dat doet de mens niet, maar Gods reactie is daarom des te wonderlijker. De man wijst naar de vrouw, de vrouw op haar beurt naar de slang, en daar begint God. Bij de slang in vers 14-15:
God, de heer, zei tegen de slang: ‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan, het vee zal je voortaan mijden, wilde dieren wenden zich af; op je buik zul je kruipen en stof zul je eten, je hele leven lang. Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop, jij bijt hen in de hiel.’
Er is een opvallend verschil tussen wat God tegen de slang zegt en tegen man en vrouw. De slang wordt vervloekt. De symboliek van die vloek moeten we goed begrijpen. Israëlieten wisten heus wel dat slangen geen stof eten en ze dachten ook niet dat de slang eerst poten had. Hier staat dat God zijn tegenstander vernederen zal. Hij waant zich rijk in zijn overwinning, maar God zal met deze glibberige, waarheid verdraaiende, sluwe slang de vloer aanvegen.
Bovendien sticht God vijandschap tussen de slang en de mens. De vriendschap die pas gesloten is, wordt door God zelf weer verbroken. De mens zal geen vriendjes worden met het kwaad. Althans, niet als het aan God ligt. Dit noemen we ook wel de moederbelofte. Hier zien we de grondlijn van het evangelie al, hier ontmoeten we Gods genade: Hij laat niet los wat zijn hand al begonnen is.
Vervloeken doet hij de mens niet. Vervloekt is wel de aarde waarop we leven. God laat ons proeven van onze keuze. Een bittere smaak vanaf het begin tot aan het einde van ons leven. Nieuw leven, het zal komen in pijn. Op aarde leven, het zal zwoegen worden, overleven. En er komt een einde aan ons leven. De levensboom wordt onbereikbaar. Eden, die beschermde tuin wordt verboden gebied.
Zoals de titel al suggereert: niet het paradijs moet veranderen naar het gedrag van de mensen. De mensen hebben herstel nodig. De mens wordt verbannen, met die mens is wat mis. De mens zal zelf de gevolgen moeten dragen voor de keuze. Maar God zal niet satan het geluk geven dat de mensheid voorgoed ten dode opgeschreven is. Nee. Adam noemt zijn vrouw Eva omdat zij de moeder van alle levenden is geworden. God is een God van levenden, niet van doden. Niet langs de lijn van de man, maar langs de lijn van Eva komt er een nieuwe Adam. Die is gekomen. De eerste bracht de dood, de tweede brengt het leven. Paulus spreekt daar zo helder over in Romeinen 5. We lezen vers 15:
Maar de genade gaat zijn overtreding verre te boven. Door de overtreding van één mens moesten alle mensen sterven, maar de genade die God aan alle mensen schenkt door die ene mens, Jezus Christus, is veel overvloediger.
Gemeente dat is genade. Het doet mij denken aan een lied van Bifrost Arts. De tekst luidt, vertaald, als volgt:

Wanneer ik voor de heilige God sta,
en ik vlucht, mijn gezicht bedek,
mijn hart vol van schaamte.
Toch noemt u mijn naam,
En breekt u mij door de kracht van uw genade.

Breek ons door de kracht van uw genade, O Heer,
breek ons door de kracht van uw genade.
Breek ons, vernieuw ons, en laat zorgen ons niet overspoelen,
Ach, breek ons door de kracht van uw genade. [1]

We hebben van genade vaak iets zoets gemaakt. Het begint met vergeving. Gods genade begint echter met breken. Hij verbreekt de pact tussen de duivel en de mens. Hij breekt de harten van de mensen die vol zijn van zichzelf. Hij maakt de mens nederig: mens wat heb jij gedaan! Hij breekt ons, om ons te kunnen vernieuwen.
Jezus herstelt ons naar onze oorsprong. Heimwee naar het paradijs, wordt een verlangen naar de nieuwe aarde. Alleen laat Jezus je niet onveranderd. Jezus is niet slechts een fijn gevoel. Hij verandert totaal. Hij nodigt je uit om vandaag te kiezen voor het ware leven. Jezus vraagt vandaag opnieuw aan jou: lieve zondaar, mag ik vandaag binnenkomen in jouw hart?
Amen
[1] Bifrost Arts — Break Us