Zelfs in een liefdeloze wereld zoekt God liefdevol verbinding

GKv Middelharnis https://gkvmiddelharnis.nl

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,

Dit verhaal over het eerste gezinsleven op een zondige wereld heb ik de volgende titel gegeven:

Zelfs in een liefdeloze wereld zoekt God liefdevol verbinding.

In de geschiedenis die we net lazen, en die we gaan uitwerken deze morgen, ontdekken we hoe de onderlinge liefde een rommeltje wordt. Meteen begint de Bijbel met een rampzalige vertelling. Erger kan bijna niet: broedermoord. En toch is het moraal van het verhaal niet allereerst: wat zijn de mensen liefdeloos, ook al is dat zeker waar. De clou hier is dat God steeds in zijn rechtvaardige liefde spreekt tot de mens. God is er steeds op cruciale momenten met zijn sprekend Woord. Hij blijft trouw, zelfs als mensen Hem ontrouw zijn.

Het gezin van Adam en Eva leeft alsof er niets veranderd is na Genesis 3. Ze beginnen een gezin. Het leven lijkt gewoon zijn gang te gaan. Ook in de relatie tot God lijkt er geen kink in de kabel. Want, zo zegt Eva: ‘Met de hulp van de HEER heb ik het leven geschonken aan een man. Later komt ook Abel ter wereld. Abel daar hoor je niet zoveel van. Het is zo’n mens die wel leeft, maar die niemand opmerkt. Zo komt het over. Zijn naam lijkt wel erg op het Hebreeuwse woord voor ijdelheid, lucht leegte. Alsof Abel een zuchtje wind is in de geschiedenis van de mensheid. Zal iemand hem missen als hij er niet meer is?

Beide broers lijken gelovig op te groeien. Beide broers brengen een offer zo lezen wij. Een offer gaf uiting aan de afhankelijkheid die de mens ervoer. Aan God hebben wij ons leven en ons onderhoud te danken. Over het offer van Kain worden geen bijzonderheden verteld. Over Abels offer wordt verteld dat het ging om de eerstelingen uit zijn kudde, en dat hij het mooiste ervan offerde. Beiden belijden God in elk geval met de lippen, maar wat ervan zichtbaar wordt in het dagelijks leven zullen we snel genoeg zien.

Twee broers offeren, maar God aanvaardt er een de een ander niet. Hoe ze dat signaal ontvingen? Geen idee. De broers ervaren blijkbaar dat God er wat van vindt. Kain wordt er in elk geval boos om. Het is alsof hij ermee zeggen wil: ‘God mag wel eens dankbaar zijn dat ik geofferd heb.’ Zijn blik word donker lezen we. Letterlijk staat er: zijn blik valt.

Zijn blik valt. Ken je dat? Hij staart naar beneden. Zijn ogen ontwijken elke vorm van contact. Als je heel boos bent op iemand, of een hekel krijgt aan iemand dat je iemand niet meer in de ogen kan kijken? Dat is wat hier gebeurd. Waarom hij niet allereerst op God boos wordt, we weten het niet. De ervaring leert dat woede op God, vaak wordt afgereageerd op de kinderen van God. Op Zijn zichtbare representanten in deze wereld.

Jezus leerde al dat doodslag begint bij een liefdeloos hart. Kains hart is vervuld met haat, maar God zoekt liefdevol verbinding en bevraagt Kain op zijn boosheid. Waarom kijk je zo donker Kain? Waarom kan je je broer niet meer in de ogen kijken? Waarom ontloop je hem? Waarom negeer je Hem? Als je goed handelt dan kan je toch iedereen in de ogen kijken? Wat een prachtige zin. God zegt dus: Kain, als jij met een oprecht hart offert, als jij met een oprecht hart leeft, dan heb je toch niets te verbergen? Maar let op: als je hart slecht is, vol boosheid, afgunst en jaloezie dan ligt de zonde begerig op de loer om je in haar greep te krijgen. De slang van weleer, die is overal bij. Die wacht tot de juiste voorwaarden geschapen zijn om prooi te vangen.

In het gesprek met God en Kain kom ik mijzelf tegen. Twee gedachten hierover. Gedachte 1: Dit ben ik ook. Ik ken mezelf. Ik laat de blik ook wel eens vallen. Ik verwijder mij ook van mensen. En daarmee schep ik de basis voor vele zonden. Ik ben misschien geen moordenaar naar de letter van de wet. Naar de Geest van de wet sta ik hier schuldig. Die donkere blik is mij niet vreemd. Hoe vaak verwens ik iemand niet in mijn gedachten? Hoe heb ik niet gesprekken in mijn hoofd geoefend waarin ik de ander zal aftroeven? Hoe gun je soms iemand niet het allerslechtste? Hoe verwens je soms niet in een fractie van een seconde de mensen die je dierbaar zijn omdat ze in jouw weg lopen, inbreken in jouw plannen?

Vandaag spreekt God nog genadig door zijn Woord mijn geweten aan. En ik vraag ook jou: ben je thuis in dat Woord? En dan bedoel ik niet: of je alle verhalen kent en allerlei feitjes. Ken je de God van het Boek? Hoor je Zijn stem in je leven, in alles wat je doet? Is je geweten gevormd door zijn recht? Wat doe je eraan om daarin te groeien? Dat je zoals we zongen met Psalm 1: geworteld bent aan stromen van levend water?

Gedachte 2: Naar welke stem luister ik dan? Als mijn geweten spreekt en waarschuwt. Ga ik dan naar God toe? Bid ik om kracht om de zonde te weerstaan? Bid ik om bevrijding van de haat, nijd en jaloezie? Of verdring ik net als Kain Gods stem en heb ik al naar mijn hart geluisterd. De waarschuwing is helder: als je je eigen hart isoleert van God en je medemens dan ben je overgeleverd aan de slang van weleer. Dietrich Bonhoeffer zei al eens over de zonde: zonde wil graag alleen met je zijn. Dan heeft hij macht. Die macht verdwijnt als je het deelt met anderen, en met God. Ik zeg bewust anderen. Want als je met een ander praat kan je de zonde niet in je hoofd laten, maar dan moet je het uitspreken. Dan moet je zeggen: broeder, je moet me helpen. Ik heb zulke boze gevoelens, maar ik weet mij er geen raad mee. Help me! Help me de zonde te ontmaskeren. Naar welke stem luister jij het meest? Zonde wordt dan het best ontmaskerd als de zondaar leeft te midden van een aan Godgewijde gemeenschap. De kerk is dan pas sterk als we allen als zondaars leren belijden opdat niet de zonde, maar God ons hart regeert.

Gods Woord is bij Kain aan dovemansoren gericht. Dat zien we in de abrupte overgang in het verhaal: zo is Kain nog in gesprek, zo is Abel vermoord De zonde sprak haar vleiend woord. Het geweten klinkt vaak wel, maar ons hart is zo sterk verdraaid dat het van liefde een rotzooi maakt. En zo werd het in de eerste familie een rotzooi. Een rotzooi die je doet walgen. Kain neemt zijn broer mee het veld in, waar niemand kon ingrijpen. In die tijd stond een misdaad in het veld gelijk aan een misdaad met voorbedachten rade. In het geniep zou hij Abel wel een lesje leren. En zo geschied Abel naar zijn naam. De man Kain, vermoord zijn broertje. En zijn laatste adem vervliegt de vergetelheid tegemoet. Hoeveel mensen is het zo niet vergaan. Hoeveel mensenlevens zijn vandaag achteloos beëindigd zonder herinnerd te worden? Soms door de dood, nog vaker sterven mensen tijden het leven door uitsluiting, afwijzing, dump, misbruik, pesterijen, bureaucratie (geen mens maar een nummer) en economie (geld gaat voor op mensen)?

Abels laatste adem vervliegt in de wind, maar bereikt de oren van God. Hij is niet ver en roept Kain. ‘Waar is Abel je broer’, vraagt God.
‘Geen idee’, liegt Kaïn. ‘Moet ik soms waken over mijn broer?’ Alsof hij spot met het werk van zijn broer: ‘ben ik soms mijn broeders hoeder?’ Het lot van zijn broer laat hem koud. Als je een hekel hebt aan iemand, vindt je het vaak maar net goed als diegene iets slechts overkomt. Wat een boze harten zijn er toch!

Maar God laat het er niet bij zitten: ‘Wat heb je gedaan! Hoor toch hoe het bloed van je broer uit de aarde naar mij schreeuwt.’
Wie aan andermans leven komt, die komt God tegen. Kaïn wordt vervloekt. Herinnert u zich nog de preek over Genesis 3? Toen ik vertelde dat God gelukkig wel de slang vervloekt, maar niet de mens? Nu wordt Kain wel vervloekt. Vervloekt is wie het leven van een ander aantast. Dan ben je zelf het leven niet waard. Zo stellig is God over het kwaad.
En weer is de reactie van Kain vreselijk. Hij is verontwaardigd, niet over zijn daden, maar over zijn straf. Ook dat is universeel. We vinden het doorgaans niet prettig om te horen dat we Gods oordeel verdienen. We vinden het zelfs liefdeloos dat God eens komt om te oordelen. Is dat met Jezus’ komst niet meer overbodig om te bepreken? God is nu toch veel meer een God van liefde, waar hij vroeger maar een kwade God was?

Zelf heb ik over Gods oordeel het volgende geleerd: in het oordeel van God zien we dat God in een liefdeloze wereld, liefdevol verbinding zoekt. God straft niet uit rancune, maar uit rechtvaardigheid. God straft omdat Hij de zondaar tot bekering wil brengen nu het nog kan. God oordeelt niet nu, maar vandaag heeft u de kans zich te bekeren. In Jezus is het oordeel niet afgeschaft, maar wordt ons een Weg geboden van onschatbare vergeving en bekering.

Niet Gods oordeel moet een zachtgekookt ei worden, maar die bikkelharde en koude harten van ons. Gods oordeel moet fier overeind blijven staan. Alleen dan besef je pas het kostbare offer van onze Here Jezus. Wie het licht van Gods genade in al haar volheid wil zien schijnen, moet eerst geconfronteerd worden met de ernst van Gods toorn en woede over onze liefdeloze levenshouding.

Kain vind zijn straf echter te zwaar. Ergerniswekkend nietwaar? Als je mensen in de rechtbank hoort klagen over de strafmaat dan hoop je altijd dat de rechter hem nog strenger aanpakt. Maar de rechter die hier spreekt is geen mens, maar God. Slecht was Kain zeker, maar let op: God beschermt Kain toch. Dus het is te simpel om te zeggen: Kain is een slechterik en verdient geen leven. Dat klopt wel, maar God geeft hem wel leven (en dat klopt weer niet voor ons weinig complexe rechtvaardigheidsgevoel.) God laat hem leven, en zelfs kinderen krijgen en die nemen ook nog eens zijn gedrag over, tot in het zevende geslacht. Een volheid van generaties zegt de Bijbel dus. Over Gods geduld gesproken.

Zeven geslachten Kain. Kains geslacht groeit door in liefdeloosheid. Ze worden zelfvoorzienend, leven zonder God. De familie Kain zorgt goed voor zichzelf. Ze vinden wel weer nieuwe wegen om zichzelf te handhaven, ook als de akkers hen geen vruchten meer opleveren. Lamech is de zevende generatie. Hij voert de twijfelachtige eer een echte zoon van zijn verre voorvader te zijn. Lamech vertegenwoordigd de volheid van wat Kain begonnen is. Zeventigmaal zeven keer neemt hij wraak. Een wondje, of een schram, en hij slaat je dood. Lamech neemt twee vrouwen. Niet langer draait het om een relatie waarin man en vrouw een worden, en zich aan elkaar geven. Lamech wil twee vrouwen, het moet helemaal om hem draaien. Hij bouwt een imperium op. Hij wil vereerd worden, en zelf domineren. Kains familie zouden zo dat lied kunnen zingen: ‘I did it my way’. Als er iets een voorproef geeft van de hel, een plek waar we al onze lusten, agressies en gevoelens botvieren, dan in de familie van Kain. De hel is niet minder dan de plek waar maar één vorm van liefde overleeft, zelfliefde.

En God? Die is zijn mensen al die tijd niet vergeten. Abel is dan wel dood. Maar Eva ontvangt Set. Want hij is plaatsvervanger van Abel. God heeft die gegeven. Het geloof wordt weer doorgegeven, en van die tijd beginnen ze de naam van de HEERE aan te roepen. Dat is de basis voor een lange weg te gaan. De lange weg die God blijft gaan in een liefdeloze wereld. De lange weg die wijst naar de grote Plaatsvervanger Jezus. Zijn bloed spreekt nog krachtiger dan het bloed van Abel. [1]

Het bloed van Abel schreeuwt om gerechtigheid. Het bloed van Jezus bracht gerechtigheid. Jezus stierf de straf voor al het onschuldig vergoten bloed. Jezus stierf de dood die alle daders hebben verdiend. Alle verschrikkingen van de wereld worden in Hem geoordeeld. Zo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn Zoon gegeven heeft opdat de daders mogen leven. Bij Hem kom ik met de pijn van dit leven. De pijn van onrecht dat mij is aangedaan. Maar ik kom ook met de wroeging om de pijn die ik anderen aan doe. Pijn, want ik merk in Gods Woord hoe diep het kwaad in mij zit.

Wij allen ontvangen in Jezus bloed de troost dat God ons lijden ziet en opmerkt. De troost dat niet de zonde, maar Gods recht, goedheid, liefde en Godzijdank ook zijn oordeel het laatste woord krijgen. Jezus heeft door zijn bloed een nieuw verbond gesticht tussen de Bron van het leven en de mensen. Vandaag is er voor ieder van jullie de kans om terug te keren naar de stem die jouw geweten aanspreekt.

Er is hoop, want zelfs in een liefdeloze wereld, zoekt God liefdevol verbinding! [2]

[1] Hebreeën 12:24

[2] Zingen Psalm 36